Ook Jan Vink kiest voor AES

woensdag, maart 26

Ook Jan Vink kiest voor AES

Goed nieuws voor iedere AES-fokker. Jan Vink wordt één van ons en daar zullen we allemaal baat bij hebben. De Nederlander gaat niet alleen zelf veulens registreren bij AES. Hij betaalt via zijn Engels pannenkoekenbedrijf Abra-Ca-Debora ook de helft van ieder nieuw  AES-paspoort. Tijd voor een bezoek aan zijn Stoeterij Black Horses. We praatten met Jan Vink over verleden, heden en toekomst, een toekomst in een hypermodern hippisch complex. In zijn reusachtige nieuwe loopstal werkt Jan Vink met een ingenieuze voederrobot, enig in zijn soort.

Auteur: Björn Van Bunder

De laatste jaren treedt Jan Vink meer en meer op de voorgrond in de springsport. In de dressuur klinkt zijn naam al langer als een klok. De komende jaren zal zijn invloed op de fokkerij alleen maar toenemen. Onlangs nog kocht hij een deel over van de springhengst Canturano. Zijn dromen zijn groot, zijn plannen zijn ambitieus, om het zacht uit te drukken. We startten het interview aan een provisoir tafeltje in een kleine bergplaats in de gehuurde stal aan de Parallelweg in Sliedrecht. ‘Het was de bedoeling om hier maar één of twee jaar te blijven. Intussen is het al twaalf jaar geworden.’ Van luxe is hier geen sprake. Pas aan het eind van het bezoekje geeft Jan ons een inkijk in zijn hypermoderne nieuwe opfokstal enkele kilometer verderop. Op een rechthoekig domein van zestig hectare heeft hij nu de vergunning gekregen om naast de mega-loopstal een ultramoderne trainingsbasis te bouwen. ‘Na twaalf jaar ellende met oningewilligde bouwverzoeken, hebben we nu eindelijk alle toelatingen op zak.’

‘Heeft u een hobby, meneer?’
Het is nu vijftien jaar geleden. Jan Vink brengt een onschuldig bezoekje aan de huisdokter en krijgt te horen dat zijn bloeddruk te hoog staat. Zegt de dokter: ‘Heeft u hobby’s meneer Vink?’ Hij antwoordt: ‘Pannenkoeken produceren en tijd doorbrengen met mijn vrouw en vijf kinderen.’ De dokter reageert meteen: ‘Dat was de vraag niet. Ik vroeg of u hobby’s had.’ Jan Vink kwam met de goede raad van de dokter thuis en besloot meteen twee veulentjes te kopen, aangezien hij toch al een weide had. ‘Ik raakte gepassioneerd door de afstamming van die paarden en wou zelf gaan fokken. Ik had niet het geduld om drie jaar te wachten tot die veulens volgroeide merries waren. Dus kocht ik ook nog twee driejarige paarden om mee te fokken. Drie jaar later ben ik deze stal gaan huren. Vandaag heb ik zo’n driehonderd paarden.’ En de bloeddruk? Die is gelukkig niet verder blijven stijgen, maar naar normale waarden gezakt.

Hoe komt een pannenkoekenproducent erbij om paarden te gaan houden, vraagt u zich wellicht af. Wel, Mr. Vink had al een voorgeschiedenis met paarden. ‘Mijn vader was landbouwer. Toen ik twaalf jaar was, ging hij een nieuwe tractor kopen. We kregen er als aankoopgeschenk een veulen bij. Zo is het ontstaan. Nadien ben ik zelf nog actief geweest in de mensport.’

Fascinatie voor fokkerij
‘Fokkerij vind ik leuk.’ Het understatement van de dag! Jan Vink is een man van weinig woorden. Fokken werd zijn passie, zijn fascinatie. Hij mag dan wel driehonderd paarden hebben staan, toch somt hij bij ieder paard, van goedgekeurde dekhengst tot anonieme jaarling, zo maar drie tot zes voorvaders op. Hij is niet zomaar een rijke zakenman die paarden houdt voor het imago. Haast dagelijks springt hij binnen op stal, om op de hoogte te blijven over het reilen en zeilen. Zijn laatste nieuwe aanwinst is een merrie van Kannan x Baloubet du Rouet, een kruising van de nummers één en twee springpaardenverervers van het moment. De volle zus loopt 1.60m. Vink kocht de merrie afgelopen weekend op de Global Stars Auction in Opglabbeek met de bedoeling er eerst embryo’s uit te spoelen vooraleer ze volop de sport in gaat. In de stallen staat verder fokmateriaal van Quickstar, Arko III, Carthago, Cornet Obolensky, De Niro, Darco, Mr. Blue, For Pleasure, Montender, Jazz… Ook aan de moederlijnen is telkens weer een verhaal verbonden. De stam van Jazz, de moeder van Tango, de zus van Charmeur, een dochter van Intradella Z, de zus van Indoctro, de zus van Arko III,… ‘De moederstam is voor mij nog belangrijker.’ De laatste jaren worden vaak eigen hengsten gebruikt. ‘Niet om de kosten te drukken hoor, wel omdat ik erin geloof.’

Van zijn jonge dekhengsten is de AES-gekeurde Mr. Pancake BH (Quickstar x Elan de la Cour) vandaag een van de favorieten. De vierjarige Selle Français-hengst kwam via Kees Van Den Oetelaar in Nederlandse handen en heeft twee keer het bloed van de legendarische hengst Galoubet A door zijn aderen stromen. De eerste veulens zijn reeds springlevend. Hoop voor de toekomst. Daarvoor doet Jan het allemaal. Hij geniet van de fokkerij. Hij heeft zich erin gespecialiseerd en hij heeft de eisen zo hoog gesteld, dat ondanks kwantiteit ook kwaliteit blijft gehandhaafd.

Volle vrachtwagen naar AES-keuring
Opvallend is de ‘x factor’ van de Black Horses. Neem nu A Lee Springpower (Argentinus x Cornet Obolensky), de beroemde hengst afkomstig uit Westfalen die er op de hengstenkeuring een tien kreeg voor springen. Aan zijn perfect gedoseerd lichaam zie al dat souplesse en kracht er vanaf druipen. Geen enkele hengst hier op stal beschikt over een ‘iets eenvoudiger hoofd’. De stand van de benen is correct. De bovenlijnen zijn knap gespierd. Jan Vink heeft smaak. ‘Een goeie of een mooie eet net zoveel als een slechte of een lelijke.’ Bovendien gaat Vink graag naar de hengstenkeuring, en dan speelt ook het exterieur een wezenlijke rol. ‘We maken zelf hengsten klaar voor de keuring. 4 April zal de vrachtwagen goed gevuld zijn met hengsten die we aanmelden op de AES-hengstenkeuring in Schijndel.’ Jan Vink is de laatste jaren meer vertrouwen gaan hebben in de AES-werking, dan in pakweg de hengstenkeuringsformule van KWPN. ‘Vorig jaar stelde ik een zoon van Mr. Blue uit een interessant stammetje voor bij KWPN. Een echt toekomstpaard, als je ’t mij vraagt. De jury oordeelde er anders over. Ik had ook een hengst uit dezelfde moeder als VDL Groep Tomboy (ex-Eric Van der Vleuten) en die werd afgekeurd wegens onvoldoende prestatie in de moederlijn. Wie kan dat begrijpen? Mijn visie daarover is dat een hengst zichzelf moet bewijzen. Het is niet aan een stamboek om te bewijzen wie goed is en wie niet.’ Voortaan werkt Jan Vink daarom ook samen met AES wat betreft de registratie van veulens. Dit jaar worden er 39 geboren.

‘Aanvankelijk geloofde ik wel nog in de stamboekpolitiek van KWPN. Ik kocht op een veiling bijvoorbeeld de kampioen van de keuring, maar het werd nooit een goed sportpaard. Daar leer je van. Ik ben gaan analyseren en ben tot de vaststelling gekomen dat je met een goede moederlijn de kansen sterk verhoogt. Dat is mijn persoonlijke overtuiging. Neem nu A Lee Springpower. Zijn moeder Coralie heb ik ook gekocht uit Duitsland. Twee weken geleden won ze nog de GP in Roosendaal met Siebe Kramer. Aanvankelijk liet ik me adviseren door kennissen bij de aankoop van een paard. Naderhand heb ik mijn eigen voorkeuren gevormd. Al doende kan je alles leren.’

De Bioderij
Die spirit maakt van Jan Vink een succesvolle zakenman op ieder vlak. Zijn ‘drive’ maakte van hem al een van de grootste pannenkoekenproducenten van Europa. Zijn bedrijf de Bioderij is begin jaren ’90 opgericht met als voornaamste activiteit de productie en verkoop van biogarde, kwark en yoghurt. In 1993 werd het productassortiment uitgebreid met koelverse pannenkoeken. In 1996 kwamen er poffertjes bij. Al snel werd de biogarde productie afgestoten en richtte De Bioderij zich volledig op de productie van pannenkoeken en poffertjes. Dit ging gepaard met een flinke schaalvergroting. Tegenwoordig levert De Bioderij verpakte pannenkoeken en poffertjes aan alle voorname retailketens en aan Foodservice in Europa en daarbuiten. Het bedrijf exporteert naar ruim dertig landen wereldwijd. In Sliedrecht beschikt De Bioderij over een uiterst moderne productiefaciliteit. Deze heeft de hoogste productiecapaciteit van pannenkoeken en poffertjes in heel Europa.

Rendabiliteit en productiviteit
Rendabiliteit is op het pannenkoekenbedrijf een ‘conditio sine qua non’. Bij de paarden is het vandaag van ondergeschikt belang. ‘Het is een hobby. Het kost natuurlijk handenvol geld, maar ik hoop toch dat het ook een keer gaat opbrengen. Eerst ga ik nog verder investeren in nieuwbouw. Als alles op punt staat en naar behoren ronddraait, dan hoop ik op enige return.’ Jan Vink gaat neemt de Ipad bij de hand en toont ons zijn plannen. Naast de reeds nieuw gebouwde loopstal op een onaangetast zestig hectare groot domein, komt een trainingsinfrastructuur met grote (65 x 25m) en kleine rijhal (30 x 15m), 78 boxen, verzorgingsstraat, cafetaria, stapmolen en alle benodigdheden. Voor de afwerking wordt gewerkt met rieten daken en houten balken, want Mr. Vink heeft smaak. ‘Als je ’t doet, moet je ’t goed doen.’

‘De schuur die er nu staat wil ik nog 48m langer maken, zodat ik nog meer loopstallen creëer. De totale bebouwde oppervlakte zou zo’n drie hectare gaan bedragen. Ik wil alles bij mekaar, zodat we productiever kunnen werken. Enkel de drachtige merries komen bij me thuis te staan. Ook daarvoor heb ik na jaren van negatief advies nu toch de vergunning binnen. Er komen 25 boxen en enkele verstelbare loopstallen.’

‘Bedoeling is dat de paarden van vier tot zes jaar intern worden opgeleid. Nadien gaan ze naar een ruiter om te sporten. Zo werk ik al vele jaren samen met Siebe Kramer, die ik ook ondersteun met sponsoring.’

Dan heb je een hobby, dan maak je er opnieuw een gigantisch professioneel gerund bedrijf van. Jan Vink is een vooruitstrevend man voor wie enkel het beste goed genoeg is. Productiviteit is niet alleen in de fabriek, maar ook op stal van noodzakelijk belang. Daarom is hij vanaf vorig jaar thuis embryotransplantatie beginnen doen. De dierenarts komt aan huis ‘spoelen’ en plant de embryo’s over in eigen merries. ‘Onze jonge paarden worden vanaf twee jaar grondig geselecteerd. Enkel de beste houd ik zelf. Merries die niet voldoen, gebruik ik als draagmerrie. Ze lopen er toch, waarom zou ik ze dan niet gebruiken?’

Vernuftige loopstal
Aan het eind van het bezoek was het lang verwachte moment dan aangebroken waarop Jan Vink ons een inkijk gaf in zijn nieuwe loopstal. Bij binnenkomst valt meteen de voedermengmachine op, die volautomatisch diverse soorten hooi, luzerne en brei van krachtvoeder vermengt in de juiste proporties. Het systeem is ingenieus en ongezien, nergens ter wereld. Na de bereiding rijdt de robot zelf langs de stallen om op regelmatige tijdstippen voeder te lozen en de gangen bij te vegen. Het systeem detecteert zelf wanneer het  tijd is hooi bij te geven. ‘Of het goedkoper is dan manueel voederen, weet ik niet. De installatie is op maat ontwikkeld en kostte veel geld. Voor de paarden is het alleszins veel beter. Krachtvoeder wordt in het hooi gemengd. Dat betekent dat de opname veel trager verloopt en zodoende veel beter wordt opgenomen. De paarden worden acht keer per dag gevoederd.’ Jaarlingen en tweejarigen staan hier bijvoorbeeld verbluffend mooi in conditie.

En daarbij blijft het niet. Er is ook een stroblazer aanwezig. Een riek wordt hier niet meer gebruikt. Ook niet om uit te mesten. De vierkante loopstallen zijn in principe putten waarin tot twee meter mest kan worden opgepot. Een keer per jaar worden ze met de grote middelen uitgekuist. Tot zolang de put niet vol is, moeten de paarden dus steeds klimmen om vanuit de put op vloerhoogte te komen staan om te eten. Ideaal voor de spierontwikkeling. De drinkbakken stijgen automatisch met het hoogtepeil van het mest. Enkel de voedergang waarop de paarden staan als ze door het hekwerk staan te eten, moet af en toe proper gemaakt worden. Dat gebeurt met de tractor als de paarden dagelijks buiten in de bijhorende paddocks van 20 x 50m de benen strekken. De paddocks worden ook gebruikt om de paarden te laten vrij springen of vrij lopen. Verder is er continu camerabewaking. Om enkele honderden jonge paarden te houden, heeft Jan Vinck maar één man in dienst ter plaatse. Dat is productiviteit! Dat is Jan Vink.


Terug